Verschillende onderzoekers hebben gesteld dat er zich
onder de patiënten van artsen niet als zodanig herkende lijders aan
hyperventilatie bevinden.
In 1964 vond Tavel dat 5 tot 11% van de patiënten die een huisarts
raadpleegden, dit deed op grond van klachten die uiteindelijk aan
hyperventilatie moesten worden toegeschreven.
In 1966 noemde Noehren voor de klinische praktijk een norm van 10%, terwijl
Mc Kell bij 500 patiënten in een gastro-enterologische kliniek bij 5,8% de
diagnose hyperventilatiesyndroom van toepassing achtte.
In 1969 schreef Silverman met betrekking tot niet psychotische
psychiatrische patiënten, dat hiervan 30% aan de betreffende aandoening
leed.
In de 70-er jaren onderzocht Lum 700 lijders aan hyperventilatie en
rapporteerde onder andere dat 25% ervan cardiologische verwijzingen achter
de rug had naar aanleiding van klachten die aan het hyperventilatie-syndroom
moesten worden toegeschreven.
Drs. B. Snitslaar heeft uitgebreid onderzoek gedaan in zijn periode als arts verbonden aan het GAK en de Gemeenschappelijke Medische Dienst. In 1980 en 1981 onderzocht hij 24 personen in het kader van een psychiatrisch expertise onderzoek. Op grond van de gehanteerde criteria en bevindingen stelde hij bij 75% van hen de diagnose chronische hyperventilatie. Waarschijnlijk was die aandoening de voornaamste bron van de klachten die tot ziekteverzuim of arbeidsongeschiktheid geleid had. In alle 18 gevallen was de diagnose niet eerder gesteld. Rekening houdend met de mogelijkheid dat door de toegepaste selectiecriteria vooral chronisch hyperventilerenden waren verwezen, blijft het opmerkelijk dat in 1980 onder de toen 16.183 gevallen van psychisch zieken bij niet meer dan 179 personen (0,1%) de diagnose hyperventilatiesyndroom werd gesteld.
Nu wordt hyperventilatie wel de stille epidemie genoemd. Recente schattingen van onderzoekers noemen 40% van de patiënten in wachtkamers van artsen. Specialisten spreken van 50 tot 70% van hun patiënten die zich aangewend hebben teveel adem te halen. Van de vermeende slachtoffers van een hartaanval mankeert 30 tot 40% niets aan het hart, maar wel aan de ademhaling.
Tegenwoordig worden steeds vaker lichaam en geest als een geheel bekeken, zgn. holistische geneeskunde en dat is een doorbraak voor mensen met chronische hyperventilatie. Het is te verwachten dat de juiste diagnose steeds sneller gesteld zal worden.