Medicijnen bij chronische hyperventilatie

Medicijnen bij chronische hyperventilatie

Artsen schrijven diverse soorten medicijnen voor in de strijd tegen het chronische hyperventilatie syndroom. Veel medicijnen worden voorgeschreven zonder dat de diagnose chronische hyperventilatie is gesteld. Dit komt hoofdzakelijk door het gebrek aan voldoende kennis bij huisartsen over het chronisch hyperventilatie syndroom. In de opleiding wordt er (helaas) onvoldoende aandacht aan deze ziekte besteed. De medicijnen die het meest worden voorgeschreven zijn:

Medicijnen uit de benzodiazepinen groep

Medicijnen bij chronische hyperventilatie. Pas op met benzodiazepinen!
Medicijnen bij chronische hyperventilatie
pas op met benzodiazepinen!

Dit zijn medicijnen met een rustgevende  en angstwerende werking. Voorbeelden hiervan zijn diazepam (valium) en oxazepam (seresta). Het probleem van deze medicijnen is dat ze ogenschijnlijk goed werken. Maar de dempende werking komt – populair gezegd – voort uit het blokkeren van interacties tussen zenuwcellen (neuronen). Ze lossen dus het onderliggende probleem van de chronische hyperventilatie niet op. Wat nog erger is, de blokkades vormen ook een remming op het natuurlijke verwerkingsproces van het lichaam om stress te verwerken. Zie voor een uitgebreide uitleg hierover de relatie stress en hyperventilatie.

Ten slotte nog een waarschuwing bij het gebruik van dit soort medicijnen. De benzodiazepinen zijn sterk verslavend. De patiënt wordt al gauw afhankelijk van het gebruik van deze medicijnen. Wij adviseren om deze medicijnen alleen te gebruiken in noodgevallen. En dan ook nog zo kort mogelijk. Voor de genezing van chronische hyperventilatie zijn deze medicijnen niet geschikt. 

Antidepressiva (AD medicijnen)

Dit zijn medicijnen die eigenlijk het tegenovergestelde doen als de benzodiazepinen. Ze verhogen de niveaus van diverse neurotransmitters (= overdrachtsstoffen) in het centrale zenuwstelsel (de hersenen). Ze stimuleren en faciliteren daarmee het verwerken van de onderliggende stress. Deze medicijnen vormen daarmee een goede complementaire werking met de bijvoorbeeld de HyperVen therapie

Het nadeel van deze medicijnen zijn de vaak (vooral in het begin) optredende heftige stressontladingen. Die kunnen zo heftig worden, dat men besluit om het gebruik van deze medicijnen te staken. Door deze aanloopfase van de medicijnen komen is soms een te zware opgave. Daarnaast kunnen deze medicijnen diverse andere (ongewenste) bijwerkingen hebben. 

Alternatieve medicaties

Het voordeel van de AD medicijnen – het verhogen van neurotransmitters in het centrale zenuwstelsel – kan ook bij sommige natuurlijke producten worden gevonden. Voorbeelden hiervan zijn het bekende Sint Janskruid, 5-HTP,  Rhodiola en diverse andere soorten natuurlijke AD. De werking van deze medicijnen is beduidend minder sterk dan de de chemische varianten. Ze lijken daarmee voor sommige mensen – die de bijwerkingen van de AD niet kunnen verdragen – een betere oplossing.

Toch willen wij van HyperVen graag waarschuwen om heel voorzichtig te zijn met deze medicaties. Er zitten vaak allerlei andere stoffen in (de producten zijn onzuiver) en niet alles wordt door iedereen evengoed verdragen. Vooral het combineren van diversen van dit soort natuurlijke AD kan tot nare en zeer ongewenste bijwerkingen leiden. 

Dus wel of geen medicijnen bij chronische hyperventilatie?

Onze voorzichtige conclusie is, wees terughoudend. Medicijnen lossen het syndroom van de chronische hyperventilatie niet op. Dat komt omdat ze niets veranderen aan de instelling van het ademcentrum. Het zijn dus hulpmiddelen. Met name de chemische AD – die door de huisartsen vaak worden voorgeschreven – kunnen een goede aanvulling zijn op therapieën zoals HyperVen. Vooropgesteld dat je de bijwerkingen kunt verdragen.  Er zijn alternatieven voor het gebruik van medicijnen die ook ondersteunend werken. Voorbeelden hiervan zijn een gezonde levensstijl en yoga en meditatie