Veel gestelde vragen over hyperventilatie

Veel gestelde vragen over  hyperventilatie

In dit artikel vindt u veelgestelde vragen en antwoorden over chronische hyperventilatie. De antwoorden zijn met zorg samengesteld. Mocht uw vraag er niet tussen staan, neem dan contact met ons op via het contactformulier.  Klik op een vraag om het bijbehorende antwoord te lezen.

VRAGEN EN ANTWOORDEN

Dat mensen echt wegraken van een hyperventilatie aanval komt maar heel zelden voor. Meestal houdt het op bij duizeligheid en een (soms extreem) licht gevoel in het hoofd. Het is meestal meer een dreigend gevoel van bewustzijnsverlies dan dat mensen er echt een black-out bij krijgen. Het komt wel voor, maar alleen bij extreem snel ademhalen ten gevolge van extreme angst. 

de HyperFree kan helpen
bij hyperventilatie aanvallen

Blazen in het zakje of de handen voor de mond nemen om het kooldioxideverlies tegen te gaan, werkt alleen bij acute hyperventilatie. Dat is de vorm waarbij men door een bepaalde (angstige) situatie plotseling heftig overademt en de kooldioxidebuffers (HCO3 ionen) niet voldoende snel kunnen corrigeren. Je kunt dan - door bovenstaande methode - het kooldioxideverlies beperken.

Bij mensen met chronische hyperventilatie en als therapeutisch medium heeft het weinig zin. Het ademcentrum verandert er niet door van instelling en meestal zijn de aanvallen, waarbij het zakje nog kan helpen - alleen in het begin aanwezig. Er bestaat ook een apparaatje - genaamd de HyperFree - dat ongeveer dezelfde werking heeft. 

hyperventilatie aantonen
hyperventilatie aantonen

chronische hyperventilatie is als volgt te diagnosticeren:

  • Bloedonderzoek naar de Plasma bicarbonaatspiegels. Bij mensen met chronische hyperventilatie blijken die meestal (ver) onder de normale waarden te liggen. Dit type onderzoek wordt niet zo vaak toegepast.
  • Saturatietest. Bij dit type onderzoek is bij veel huisartsen nogal populair omdat het in de spreekkamer meteen kan worden gedaan. Er wordt een prik in een vinger gedaan en een druppel bloed afgenomen. In die druppel wordt de saturatie (= verzadiging van het bloed met zuurstof) gemeten. Naar onze mening is dit type onderzoek niet echt betrouwbaar voor het vaststellen van chronische hyperventilatie. 
  • Capnografisch onderzoek. Bij dit type onderzoek - door een longarts - wordt de hoeveelheid CO2 (=kooldioxide) en O2 (= zuurstof) in de uitgeblazen lucht gemeten, zowel in de rust situatie als na een hyperventilatie-provocatie. Door de verschillen te meten, kan op redelijke wijze worden aangetoond of iemand wel of niet chronisch hyperventileert. Voor dit type onderzoek hebt u een verwijsbrief van de huisarts nodig. 
  • ElektroMyoGram (EMG) gericht op latentie tetanie. Latentie tetanie  is een medische term voor chronische hyperventilatie. Dit type onderzoek is het zeer betrouwbaar. Het onderzoek wordt gedaan door daarin gespecialiseerde neurologen. Het gaat als volgt in het werk: In de spier van de hand tussen duim en wijsvinger wordt een elektrode geplaatst, welke wordt aangesloten op een gevoelig meetinstrument. Vervolgens wordt met een band tijdelijk de bloedcirculatie naar de arm afgesloten. Op het moment dat de band wordt losgemaakt, wordt een hyperventilatie-provocatie gedaan. Dit leidt bij mensen met chronische hyperventilatie vrijwel altijd tot onmiddellijke verkramping van de spier met de elektrode. Op het EMG worden dan een aantal kenmerkende uitschieters van de elektrische aansturing van de spier (veroorzaakt door o.a. de melkzuurafzetting op die spier). Ook voor dit type onderzoek hebt u een verwijsbrief van de huisarts nodig. Let op dat het alleen gedaan kan worden door een daarin gespecialiseerde neuroloog. 

Resumé: als je chronische hyperventilatie wilt laten onderzoeken, stuur dan bij voorkeur aan op een capnografisch onderzoek of eventueel een EMG . 

Door chronische hyperventilatie is het ademcentrum ingesteld geraakt op een te lage zuurgraad. Omdat bij de verbrandingsprocessen steeds weer
CO2 (=kooldioxide) vrij komt, moet het ademcentrum dit steeds weer corrigeren door de ademhaling te triggeren. Het gapen, zuchten en kuchen zijn manieren die men onbewust gebruikt om sneller COaf te voeren en het ademcentrum "tevreden" te houden. 

Wat kan je er aan doen? 

Zuchten kan je leren opvangen. Telkens als je begint te zuchten, vang je de uitademing op door de lucht langzaam te laten ontsnappen. Je houdt de lippen op elkaar en blaast langzaam door de gesloten lippen uit. De lucht ontsnapt dan langzaam en dus wordt er ook minder snel CO verloren. Dit is iets dat je jezelf kunt aanleren. Als je het vaak genoeg gedaan hebt, wordt het een reflex (= een automatisme) en hoef je er niet meer bij na te denken. 

Gapen is op zich niet zo heel erg, omdat dit ook ontspanning met zich meebrengt. Wel verlies je veel CO2 door te gapen, maar ook dat kan je proberen op te vangen. 

In een ingewikkeld organisme zoals het menselijk lichaam beïnvloedt alles elkaar. In een premenstrueel syndroom (PMS) situatie kan je zeker meer last hebben van de hyperventilatie symptomen en klachten en door chronische hyperventilatie kan je zeker meer last hebben van de verschijnselen van PMS. Dat wil niet zeggen dat er een oorzakelijk verband is tussen die twee, maar eerder een wisselwerking waarbij het één het ander versterkt. 

Door het chronisch hyperventileren ontstaat een minder zuur milieu in de hersenen en daardoor raakt ook de hormoonhuishouding ontregeld. De hormoonhuishouding wordt gecoördineerd door de hypofyse en hypothalamus, twee organen in de hersenen. Een ontregelde hormoonhuishouding kan zich bijvoorbeeld uiten middels klachten van PMS of hypoglykemie (= tekort aan suiker). Ook de aanmaak van de bijnierhormonen, zoals stresshormonen of cortisol kunnen ontregeld raken. Dit zie je ook vaak bij een burn-out

De hormonen regelen veel processen in het lichaam. Welke klacht er ontstaat, is afhankelijk van de totale gezondheid en erfelijke aanleg van de patiënt. Eén oorzaak, zoals bijvoorbeeld een minder zuur milieu in de hersenen, kan bij verschillende mensen totaal andere hormonale gevolgen hebben. En dat maakt het leggen van de relatie tussen de ervaren klachten en de oorzaak van die klachten erg lastig voor zowel arts als patiënt. 

Spierpijn, krampen en gelijksoortige sensaties komen bij chronische hyperventilatie doordat de melkzuurstofwisseling van slag is. De spieren proberen het tekort aan kooldioxide in het organisme te compenseren, en gaan daardoor melkzuur afgeven. Dat leidt tot spierpijnen en krampen of onwillekeurige spiertrekkingen, bijvoorbeeld een wenkbrauw die onbeheersbaar trilt. 

zijn angsten oorzaak of gevolg van hyperventilatie?
zijn angsten oorzaak of gevolg van hyperventilatie?

Als we angstig zijn, dan gaan we hyperventileren. Dat is een normale reactie van ons lichaam. Het lichaam compenseert het kooldioxideverlies door de buffersystemen in ons bloed. Primair lijkt angst dus oorzaak en niet gevolg. Maar we kunnen ook gaan hyperventileren door stress. Dan is de angst component niet direct aanwezig. Pas tijdens de eerste hyperventilatie aanval komt de angst naar boven. De angst lijkt in deze situatie eerder een gevolg dan een oorzaak.

Oorzaak en gevolg draaien om!

Het vervelende van het syndroom van de chronische hyperventilatie is, dat de symptomen en klachten die erdoor veroorzaakt worden mensen vaak extreem bang maakt. Men gaat twijfelen aan het eigen lichaam. Dit toegenomen gemiddelde angstniveau jaagt het ademcentrum verder aan. Nu is de angst weer oorzaak geworden! Het ontkoppelen van de angst => hyperventilatie => meer angst is één van de belangrijkste  aspecten van het genezen van het hyperventilatie-syndroom. Door te begrijpen wat hyperventilatie is en wat het doet in ons lichaam, kan de angst verminderd en vaak zelfs beëindigd worden.  En dan rest alleen nog het ademcentrum herinstellen om het helemaal onder de knie te krijgen. 

Het bloed heeft een bepaalde zuurgraad. Die zuurgraad wordt (in de scheikunde) uitgedrukt in pH waarden. De pH-schaal is een logaritmische schaal die loopt van 0 tot 14. Lager dan 7 betekent dat de oplossing zuur is, hoe lager hoe zuurder. Boven 7 wil zeggen dat de oplossing basisch (ook wel alkalisch genoemd) is. Waarden beneden 0 en boven 14 zijn mogelijk, maar alleen in extreme situaties, en zulke oplossingen zijn over het algemeen zeer gevaarlijk: geconcentreerde zuren en geconcentreerde logen.

De pH of de zuurgraad van menselijk bloed ligt - normaal gesproken - tussen 7,3 en 7,5. Dus iets aan de alkalische kant. Deze waarde wordt onder uiteenlopende omstandigheden binnen deze nauwe grenzen gehouden. Voor dit doel bevinden zich de zogenaamde buffers in het bloed. Een buffer is een stof die in staat is om veranderingen in de H- of OH-ionenconcentratie op te vangen, zonder dat dit leidt tot veranderingen in de zuurgraad. Tot de buffers in het bloed kunnen we rekenen het bicarbonaatsysteem, de plasma-eiwitten en zeker niet als onbelangrijkste, de bloedkleurstof. Het gezamenlijke vermogen van de verschillende buffers in het bloed om de juiste zuurgraad te handhaven, noemt men de buffercapaciteit.

Als ondanks de verschillende bufferwerkingen de pH-grenzen van het bloed worden overschreden, treden ernstige situaties op. Als de zuurgraad te sterk daalt treedt een acidose / verzuring op (acidum = zuur). Als de pH te sterk stijgt treedt een alkalose op. Veranderingen in de ademhaling (respiratie) kunnen de koolzuurspanning doen stijgen of dalen. Een toename van de koolzuurspanning leidt tot een toename van het bicarbonaat. Deze toestand heet een respiratoire acidose. Een afname van de koolzuurspanning leidt tot een afname van het bicarbonaat. Deze toestand heet een respiratoire alkalose (= hyperventilatie).

Bij een hyperventilatie-provocatietest laat de arts je bewust een paar minuten hyperventileren door je flink te laten ademen. Bij mensen met chronische hyperventilatie is er niet genoeg buffer om deze test zonder klachten te doorstaan. De zuurgraad daalt en het scala van symptomen en klachten komt op. Dat is voor de arts een duidelijke indicatie dat je last het van het hyperventilatie syndroom. Het nadeel van deze test is dat je er een flinke tijd behoorlijk van slag van kan zijn. Ons inziens zijn de onderzoeken die bij vraag 3 worden genoemd wat patiënt-vriendelijker.

extreme vermoeidheid bij
chronische hyperventilatie

Vermoeidheid is inherent aan chronische hyperventilatie. Het bloed is doorgaans alkalisch waardoor de rode bloedlichaampjes hun zuurstof niet goed kunnen afgeven aan de weefsels. Daarnaast zijn de bloedvaten vernauwd waardoor er geen goede doorbloeding is. Hierdoor ontstaat het extreme gevoel van vermoeidheid. De weefsels en hersenfuncties draaien niet op volle kracht. 

Overigens is 12 uur slapen per dag niet de oplossing. Het is veel beter om het lichaam een routine van 8 uur slaap per dag te geven, waarbij je zoveel mogelijk op dezelfde tijd gaat slapen en weer opstaat. Zie hiervoor ook het artikel over een gezonde levensstijl. Probeer om ruim voor 12 uur te gaan slapen. 

De meeste mensen ontwikkelen - door gedurende langere tijd de symptomen en klachten van chronische hyperventilatie te ervaren - na verloop van tijd vanzelf hypochondrische (= angst voor ziekten) klachten. Dat zijn klachten waarbij je je eigen lichaam niet meer vertrouwt en op den duur allerlei angsten voor ziekten ontwikkeld. Heel bekend zijn de angst voor hartafwijkingen, ernstige ziekten zoals kanker en tumoren. Het is in feite een logisch gevolg van het feit dat we door chronische hyperventilatie een scala aan klachten ervaren. Er iets iets mis met ons maar we weten niet precies wat en ook niet waardoor het komt. Logisch dus dat we ons lichaam gaan wantrouwen...

Deze angsten maken dat het ademcentrum nog meer wordt aangezet tot verhoogde activiteit en de hyperventilatie klachten groeien door het gebrek aan buffer. Dit is een van de gemene vicieuze cirkels waarin je terecht komt door hyperventilatie. De oplossing ligt in het doorbreken van deze vicieuze cirkel. Daarom is het zo belangrijk om te weten wat je mankeert en hoe het mechanisme van chronische hyperventilatie werkt. 

In principe is chronische hyperventilatie niet genetisch overdraagbaar. Maar kinderen nemen bewust en onbewust veel dingen over van hun ouders. Daarnaast zijn karaktertrekken wel genetisch bepaald. Als die karaktertrekken chronische hyperventilatie in de hand werken, heeft het kind dus min of meer toch een genetische aanleg voor hyperventilatie. Als een ouder angstig is, wordt het (jonge) kind dat automatisch ook. Het kind voelt dat aan. Zo wordt - vaak op heel jonge leeftijd al - de basis gelegd voor het ontwikkelen van het chronische hyperventilatie syndroom! In de praktijk zien we dat kinderen van wie de ouders last hebben (of gehad hebben) van chronische hyperventilatie, vaak later ook hyperventilatie klachten krijgen. Die voor een meer uitgebreide uitleg hierover het artikel over de de persoonsstructuur van de patiënten.

Chronische hyperventilatie bestaat er in vele gradaties. Je kunt er heel diep in zitten, je hebt dan last van aanvallen, continue ellendigheid, angsten, fobieën. Je kunt ook op een niveau zitten dat het af en toe de kop op steekt. Met name in drukke perioden en stressvolle situaties. Het hangt helemaal af van de instelling van het ademcentrum. Je zou als het ware een schaal kunnen bedenken van de mate waarin iemand last heeft van hyperventilatie: 

100
  • zeer ernstige hyperventilatie met af en toe flauwvallen, extreme angsten, krampen
  • het bloed is voortdurend alkalisch
  • er zijn geen kooldioxide buffers meer aanwezig om hyperventilatie op te vangen
75
  • regelmatige hyperventilatie aanvallen, continue vermoeidheid en fobieën
  • het bloed zit op de alkalische grens
  • er zijn in geringe mate kooldioxide buffers aanwezig, maar vaak niet voldoende om te compenseren
50
  • grensgevallen: af en toe komen aanvallen voor of alleen maar ellendig voelen en af en toe angsten
  • het bloed zit net boven de alkalische grens, maar valt er af en toe toch weer onder
  • er zijn wel kooldioxide buffers aanwezig, maar bij spanningen en stress zijn die onvoldoende om te compenseren.
25
  • redelijk gezonde personen. Hebben geen last van hyperventilatie en kunnen vrij veel hebben
  • het bloed heeft een normale zuurgraad
  • er zijn voldoende kooldioxide buffers aanwezig om hyperventilatie op te vangen
1
  • volledig gezonde personen, geen last van angsten of fobieën
  • er is een optimale zuurgraad in het bloed
  • de maximale hoeveelheid kooldioxide buffers zijn aanwezig. Hyperventilatie kan gemakkelijk worden opgevangen

Alle tussenliggende waarden zijn mogelijk. Mensen met hyperventilatie symptomen en klachten zitten op deze schaal tussen de 50 en de 100. De HyperVen therapie brengt je in de richting van 1 op deze schaal. 

helpen medicijnen bij
chronische hyperventilatie?

Er bestaan geen medicijnen tegen chronische hyperventilatie. Er zijn wel medicijnen die een gunstige invloed uitoefenen tegen de angst en stress, maar zelden gaat de hyperventilatie daar mee over. De medicijnen die meestal worden voorgeschreven zijn antidepressiva. Je huisarts of apotheek kan je hier meer informatie over geven. Zie ook het artikel over medicijnen bij chronische hyperventilatie.

Het is het beste om chronische hyperventilatie bij de bron aan te pakken, namelijk om het ademhalingscentrum in de hersenen opnieuw in te stellen op een hogere CO2 tolerantie. Hiervoor is in overleg met Drs. Snitslaar de HyperVen therapie ontwikkeld. 

Duizeligheid en het gevoel flauw te vallen komen heel vaak voor bij chronische hyperventilatie. Het wordt veroorzaakt door het tekort aan bloed dat de hersenen krijgen doordat de bloedvaten bij mensen met chronische hyperventilatie vernauwd zijn. Het tekort kan oplopen tot ongeveer 40%! Hoe dieper je in de chronische hyperventilatie syndroom zit, hoe meer last je van het lichte gevoel in het hoofd kunt hebben. 

Er kunnen natuurlijk  ook andere oorzaken zijn voor duizeligheid of  draaierigheid. Met name het laatste kan een indicatie zijn van de ziekte van Ménière (een evenwichtsstoornis). Als je twijfelt, zoek dan naar een diagnose chronische hyperventilatie.  Chronische hyperventilatie is makkelijk aan te tonen. Als het om echte draai-duizeligheid gaat, dan is naar de arts gaan absoluut noodzakelijk. 

Wat zijn nou precies: 

1 Hartkloppingen ? 
2 Hartoverslagen? 
3 Hartritmestoornissen? 

1. Je ervaart hartkloppingen als de frequentie waarmee het hart klopt, plotseling omhoog gaat. Dit kan komen door chronische hyperventilatie of door ontlading van stress. Door dit soort ontladingen brengen de hersenen adrenaline in de bloedsomloop, waardoor de hartfrequentie (soms heel sterk) omhoog gaat. 

2. Gewoonlijk wachten de hartspiercellen van de kamers netjes tot de puls uit het geleidingssysteem de hart spiercel heeft bereikt. Er zijn echter soms hartspiercellen die wat "ongeduldig" zijn, die maken hun eigen puls voordat de normale puls hen heeft bereikt. Dit wordt ventriculaire extra systole (VES) genoemd. Deze extra slagen kunnen soms worden gevoeld als overslagen. Als er een aantal achter elkaar komen voelt dat weer aan als hartkloppingen. 

Ze treden vooral op in rust, omdat bij inspanning de hartfrequentie oploopt en de "ongeduldige " cellen niet de gelegenheid krijgen om hun eigen impuls af te geven 

3. Bij hartritmestoornissen is de frequentie waarmee het hart slaat onregelmatig. Wat je vaak ziet bij mensen met chronische hyperventilatie, is dat er een met name respiratoire arithmie is. Dat wil zeggen dat de hartfrequentie bij het inademen anders is dan bij het uitademen. Je kunt dat vrij eenvoudig bij jezelf constateren. 

+ + + 

Hoe komt het nou dat het hart dit soort problemen krijgt, als je last hebt van chronische hyperventilatie? Het hart is in feite een (heel sterke) spier. Bij chronische hyperventilatie is de zuurgraad van het bloed te laag, doordat er niet voldoende HCO3 ionen in het bloed zitten. De spieren proberen het tekort aan kooldioxide te compenseren door melkzuur te gaan produceren. De afzetting van melkzuur kan leiden tot extra zenuwimpulsen in de spieren. Hierdoor kunnen spieren gaan trekken (denk bijvoorbeeld eens aan een trillende wenkbrauw) of pijn gaan doen. 

Omdat het hart ook een spier is, heeft deze spier ook last van melkzuurafzetting. Hierdoor ontstaan dus vergelijkbare problemen als met de andere spieren. Het gevolg zijn de overslagen, kloppingen en arithmieën... 

Hoewel deze verschijnselen op zichzelf niet gevaarlijk zijn, zijn ze wel vaak aanleiding tot hevige ongerustheid bij veel mensen, want het betreft ten slotte ons hart. Het zijn vervelende klachten maar in feite onschuldig. 

de relatie tussen stress en
chronische hyperventilatie

Stress en chronische hyperventilatie gaan heel vaak (meestal?) hand-in-hand. Er is een duidelijke relatie tussen stress en hyperventilatie. In eerste instantie is stress vaak de trigger waarom men begint te hyperventileren. Na verloop van een aantal maanden worden de buffersystemen in het bloed opgebruikt. Dan ontstaan de symptomen en klachten van zowel stress als hyperventilatie. We worden ongerust en ons zenuwstelsel reageert met angst. Angst zet het ademcentrum aan tot verhoogde activiteit en dat levert een verder verhoogde hyperventilatie op. Hierdoor nemen de klachten en angst verder toe waardoor ook de hyperventilatie erger wordt. Dit leidt vaak tot een hyperventilatie aanval.

Stress heb je - net als hyperventilatie - in allerlei gradaties. Tijdens rust (slapen => dromen) gaat ons zenuwstelsel stress verwerken (oplossen) en tijdens (drukke) activiteit doen we weer nieuwe stress op. Als we meer stress op doen dan we verwerken in onze dromen en rustperioden gaat de balans langzaam maar zeker naar beneden doorslaan. Dat kan heel lang aan, maar uiteindelijk kan ons onderbewustzijn niet meer voldoende stress opslaan en wordt het bewustzijn ermee geconfronteerd. Als dit heel erge vormen aanneemt praat men van een burn-out of overspannen zijn. Ook zogenaamde traumatische ervaringen kunnen enorme invloed uitoefenen. 

Stress heeft een aantal symptomen en klachten die veel lijken op de symptomen en klachten van chronische hyperventilatie. Meestal is het de combinatie die het nog erger maakt. Ons zenuwstelsel moet dan zowel de stress als de hyperventilatie-klachten hanteren en dat maakt onze mentale draagkracht klein. 

Een paar aandachtspunten voor het verminderen van stress

  1. Zorg dat je niet meer stress opdoet dan je kunt verwerken. Dat is een gevoelskwestie en kan niet in getallen worden uitgedrukt. Meestal weten mensen wel van zichzelf of ze veel stress opdoen of niet.
  2. Zorg voor voldoende (nacht)rust
  3. Sport regelmatig, maar niet overdadig.  Sport is een vorm van mentale ontspanning die stress losmaakt en oplost
  4. Wees voorzichtig met alcohol 

Zie hiervoor ook het artikel over een gezonde levensstijl.

Chronische hyperventilatie overkomt je niet plotseling. Het is een geleidelijke afbouw van de buffersystemen die langzamerhand naar het hyperventilatie-syndroom leidt. Je merkt daar niets van zolang de buffers nog kunnen compenseren. Op het moment dat er niet meer voldoende buffers zijn, wordt het bloed alkalisch en treedt er plotseling een scala aan klachten op. Meestal leidt dat meteen tot de eerste hyperventilatie aanval. Men heeft vaak moeite om de periode vooraf te relateren aan de aanval, maar in feite was het al heel lang aan de gang. 

Als de buffers eenmaal weg zijn en het ademcentrum aan de nieuwe situatie met weinig buffer is gewend geraakt, houdt het ademcentrum de chronische hyperventilatie vanzelf in stand. En dat kan jaren doorgaan, bij sommige mensen zelfs hun hele leven...

hypochondrische angsten en fobieën
door chronische hyperventilatie

De ingebeelde angsten voor ziekten worden hypochondrische angsten genoemd. Die zijn vrij algemeen bij mensen met chronische hyperventilatie. Meestal hebben ze betrekking op ons hart, tumoren, ziekten als kanker, hersenbloedingen, enzovoort. De grote gemene deler is natuurlijk onze angst voor de dood die de basis vormt voor alle andere angsten. 

De angsten kunnen zich ook ontwikkelen tot fobieën. Dat komt omdat men de klachten telkens weer krijgt in dezelfde situaties. Men gaat dan die situaties vermijden. Zo ontwikkelt er vaak een fobie voor die specifieke situatie(s). Wij zijn bang voor de symptomen en klachten en vermijden dan de situatie liever dan dat we de klachten moeten verduren. Bekende voorbeelden hiervan zijn: de rij voor een kassa, de bioscoop, een plein met veel mensen, liften. Veel mensen ontwikkelen zelfs straatvrees... 

Is het vermijden van die fobische situaties beter dan er doorheen te gaan?

Hierover wordt verschillend gedacht. Enerzijds is het vermijdgedrag bevestigend dat men niet meer in staat is om in die situatie te verkeren. En dat is psychologisch gezien niet gezond. Anderzijds is het jezelf dwingen om die in die situaties toch maar door te gaan, vaak niet goed. Als je diep in het hyperventilatie syndroom zit, dan heb je weinig tot geen buffer om de stress van die situatie te pareren. Jezelf dan dwingen kan tot verergering van de symptomen en klachten leiden. 

Ons advies is om eerst voor een betere buffer te zorgen met de HyperVen therapie. Zodra je daar wat verder mee bent gekomen, kan je voorzichtig aan die fobische situaties weer gaan opzoeken. Zodra je merkt dat de klachten uitblijven, groeit het vertrouwen in het eigen lichaam weer en krijgt het fobische vermijdgedrag de kans om uit te doven. 

De benauwdheid komt omdat het ademcentrum is ingesteld geraakt op een te lage zuurgraad in het bloed. Bij geringe stijging van die zuurgraad triggert het ademcentrum meteen de ademhaling. Daardoor ga je te snel ademhalen. De trigger om in te ademen komt al terwijl je uitademt en dat geeft een benauwd gevoel. Daarnaast zijn de bloedvaten vernauwd door de te lage zuurgraad. Daardoor is de zuurstofaanvoer naar de weefsels verminderd. Daar boven op komt dan ook nog, dat de rode bloedlichaampjes in een alkalische omgeving hun zuurstof niet goed kunnen afgeven aan de weefsels. De hersenen registreren deze tekorten. Deze drie factoren samen veroorzaken het benauwde gevoel.